Simon en zijn vriend Co Cornelisse waren een paar jaar ouder dan Pauw. Ze woonden in Oostkapelle. Simon wilde, net als Pauw, de Duitsers niet helpen. Hij wilde dat de mensen op Walcheren in opstand kwamen. Daarom maakte hij pamfletten met dappere teksten en plakte die op muren. Ook hielp hij mee met het verspreiden van de illegale krant Trouw.
Op een dag ontdekte Simon dat zijn bazen de Duitse soldaten wél hielpen. Ze merkten ook dat Simon met illegale dingen bezig was. Zijn bazen gaven hem op voor dwangarbeid in Duitsland.
Simon wilde onderduiken. Het verzet kon hem daarbij helpen en had meteen een plan. Onderduikers konden namelijk niet aan bonnen komen voor eten en spullen. Simon kon dat regelen. Samen met vier vrienden bedacht hij een slim plan.
Toen het kantoor gesloten was, fietsten ze erheen met koffers achterop. In een paar minuten vulden ze de koffers met heel veel bonnen. Alles ging goed en bijna zonder geweld.
Toch werd Simon later gezocht en gevangen genomen. Hij moest naar een kamp in Duitsland, waar het erg zwaar voor hem was. Gelukkig werd hij later bevrijd door geallieerde soldaten.
