
Bevrijd, maar nog lang niet thuis
Op maandag 23 oktober trokken de Canadezen verder. Alle mensen die op hoeve De Nood hadden geschuild, konden de schuilkelders verlaten. Ze begonnen met opruimen. Overal lagen kleren verspreid. Alleen de vrouwen bleven die nacht nog in de schuilkelder slapen. In de dagen daarna hoorden ze nog vaak de Canadese tanks bulderen. Van Oostburg stond bijna geen enkel huis meer overeind, maar er werd nog steeds op de stad geschoten.Vanaf donderdag 26 oktober werden de mannen onrustig. Ze hadden het goed, maar wilden zo graag naar huis. Ze wisten niet hoe het op Walcheren was. Ondertussen was het heel druk op de weg met Engelse en Canadese voertuigen.
Die vrijdag werd ook het paard van Piet Riemens dood gevonden. Het was door een kogel geraakt. En die avond gebeurde er nog iets vreselijks. Bij het naar bed gaan werd er gestoeid. Een jongen had een geweer en dacht dat het niet geladen was. Maar dat was het wel. Een meisje werd getroffen.
Nu hadden ze de Canadezen en Duitsers overleefd, en dan gebeurde dit. Het meisje werd snel naar een andere boerderij gebracht, waar een dokter was. Daarna ging ze naar het ziekenhuis in Brugge. Een paar dagen later wilden Pauw, Simon en Piet haar bezoeken, maar ze mochten de Belgische grens niet over.
Toen ze thuiskwamen, ontmoetten ze Tinus Joosse, Pauw zijn oudere broer. Hij had net als Pauw in een andere groep boerenknechten gezeten.
Daarna was het nog een paar dagen wachten. Totdat Pauw op 8 november op onderzoek uitging. Hij wilde zien of ze ergens de Westerschelde konden oversteken om eindelijk naar huis te gaan.