
Oorlog op Klein Brabant
Het leek alsof Pauw stopte met zijn dagboekje toen het te spannend werd. Vanaf 10 oktober kwam de oorlog namelijk heel dichtbij. Dat weten we uit andere dagboekjes. Simon Corbijn bleef schrijven tot het einde. Ook buren van boer Cornelis de Nood schreven hun verhaal op.Werken was er niet meer bij. Het was veel te gevaarlijk. Granaten vielen om hen heen. Eén sloeg een gat in het dak van de schuur. Koeien en paarden werden geraakt en moesten worden afgemaakt. De Duitsers verscholen zich in andere boerderijen, die daardoor hard werden beschoten door de geallieerden.
Op 15 oktober schreef Simon: “Tot dichtbij vallen de granaten, de scherven vliegen in huis, de pannen worden van het dak gerukt, het lijkt of het gebouw zal instorten. Dan, als het een ogenblik stil is, lopen we naar de schuilkelder. Nauwelijks buiten vliegen ons de granaten om de oren. We laten ons vallen om, als het even stil is, weer door te lopen. Tot drie maal toe moeten we ons laten vallen. Op een paar meter afstand slaan de granaten in de grond, de scherven vliegen om ons heen en slaan dichtbij in. Eindelijk bereiken we de schuilkelder. Ook daar zijn mensen, bevreesd voor wat er gebeurd is. Vele granaten zijn rond de boerderij neergekomen. Ook bij de schuilkelder is een granaat ingeslagen. Het schijnt dat ze een aanval op de boerderij deden. Veel is kapot maar allen zijn gespaard gebleven. We zijn dankbaar en zien hierin de hand des Heren, die ons gered heeft voor de dood. Deze dag zou een dag van Rust moeten zijn, maar het was een dag van Onrust.”